Depressie

Conny, 28 jaar, wordt door de huisarts aangemeld i.v.m. depressieve klachten, een half jaar na het overlijden van haar zoontje Bas. Bas werd geboren met een ernstige hartafwijking. Tijdens de operatie, die noodzakelijk bleek, is hij overleden. Hij werd slechts 3 weken oud.

Conny wordt samen met haar man Wim uitgenodigd bij de psycholoog en ze doen daar hun relaas. Besloten wordt tot een rouwtherapie voor Conny, waarbij haar man intensief wordt betrokken. In de rouwtherapie bespreekt Conny de zwangerschap, de geboorte en het overlijden van Bas. Ze laat tijdens de sessies foto's zien van Bas en ze uit haar gevoelens van verdriet en ook boosheid op de verloskundige, die een fout zou hebben gemaakt. Conny en haar man krijgen huiswerk, om thuis samen de foto's te bekijken, er samen over te praten en het graf van Bas te bezoeken. Conny en haar man gaan opnieuw door het proces van afscheid nemen van hun zoontje.

Geleidelijk aan wordt de pijn om het verlies van Bas minder en krijgt het een plek. Conny heeft weer plezier in haar vroegere activiteiten, de depressieve klachten behoren tot het verleden en de onderlinge band tussen de partners is verdiept. De rouwtherapie wordt langzaam afgebouwd, door steeds langere tijd tussen de laatste sessies af te spreken.